Waar wij voor staan

Energie­gelijkheid

De energietransitie gaat over warmte, isolatie en stroom. Maar vooral gaat hij over mensen. Wie een goed huis heeft en geld kan voorschieten, gaat erop vooruit. Wie dat niet heeft, betaalt de hoogste rekening voor de koudste kamer. Deze pagina legt uit hoe dat komt, wie het raakt en wat wij eraan doen.

Een bezoeker bij de praatplaat tijdens een bijeenkomst van Energierijk Laak

Het idee erachter

Wat energiegelijkheid betekent

Energiegelijkheid betekent dat iedereen warm kan wonen en de rekening kan dragen, ongeacht inkomen, woning of achtergrond. En dat iedereen iets te zeggen heeft over hoe de buurt van het gas af gaat.

Energie is geen luxe. Een huis dat warm genoeg is om in te leven, te leren en te herstellen, hoort bij een menswaardig bestaan. Toch is de energierekening in Nederland heel ongelijk verdeeld. Niet omdat de ene bewoner zuiniger leeft dan de andere, maar omdat de ene bewoner in een huis woont dat de warmte vasthoudt en de andere in een huis dat de warmte zo weer loslaat.

Die ongelijkheid groeit mee met de transitie. Subsidies, zonnepanelen, warmtepompen en isolatie belanden het eerst bij mensen die een eigen dak hebben en geld kunnen voorschieten. Wie huurt, krap zit of de weg naar de regelingen niet kent, kijkt toe. Zo wordt een goed bedoelde omslag een nieuwe scheidslijn.

Wij vinden dat de energietransitie pas geslaagd is als hij iedereen bereikt. Dat is waar deze stichting voor is opgericht.

Over een woord

Waarom wij niet over energiearmoede praten

In onderzoek en beleid heet dit onderwerp meestal energiearmoede. TNO, het CBS, de Woonbond en de gemeente gebruiken dat woord, en op deze pagina ziet u het daarom terug bij de cijfers en in de bronnenlijst. Zelf gebruiken wij het liever niet, en daar hebben we twee redenen voor.

De eerste is dat het woord niet klopt met wat we zien. Energiearmoede wordt in de cijfers afgebakend op de laagste inkomens. Maar bij ons aan tafel zitten ook mensen met werk en een gewoon inkomen die in de winter niet rondkomen, die te veel verdienen voor de regelingen en te weinig om te kunnen investeren. Die vallen buiten de definitie, terwijl ze hetzelfde probleem hebben.

De tweede is dat armoede een label op een mens plakt. Niemand komt bij ons binnen om zichzelf arm te noemen. Mensen komen omdat hun huis koud is en hun rekening hoog.

Wij spreken daarom van energieongelijkheid. Dat woord legt de nadruk op het verschil dat groeit, tussen wie mee kan doen met de veranderingen rond energie en wie niet. Het gaat niet alleen over de rekening, maar ook over wie toegang heeft tot informatie, tot regelingen en tot de beslissing hoe de buurt van het gas af gaat. Dat omvat meer, en het is eerlijker tegenover de mensen om wie het gaat.

De cijfers

Hoe groot het probleem is

Cijfers over 2025, van TNO en het CBS. Voor Den Haag zijn de cijfers van het Haags Klimaatberaad. Zij hanteren het woord energiearmoede, wij niet. Hierboven leggen we uit waarom.

503.000

huishoudens in Nederland leefden in 2025 in wat onderzoekers energiearmoede noemen, zes procent van alle huishoudens. Dit is een voorlopige schatting van TNO

90%

van die huishoudens huurt een woning en kan dus niet zelf besluiten om te isoleren

624 euro

komt een huishouden met een laag inkomen en hoge energiekosten gemiddeld per jaar tekort. In woningen met de slechtste energiekwaliteit is dat 1.295 euro

17.500

huishoudens in Den Haag hebben moeite om de energierekening te betalen

De uitdagingen

Waarom het niet vanzelf eerlijk gaat

Zes mechanismen die we in Laak elke week tegenkomen. Ze versterken elkaar.

De slechtste woning, de hoogste rekening

Wie in een tochtig huis met enkel glas woont, stookt het hardst en betaalt het meest. Een energiearm huishouden geeft gemiddeld twaalf procent van het inkomen uit aan energie. Het landelijk gemiddelde is vijf procent.

Huren betekent wachten op een ander

Van de huishoudens die in energiearmoede leven huurt ongeveer negen van de tien. Voor isolatie zijn zij afhankelijk van de verhuurder. De verhuurder investeert, de huurder bespaart, en juist daardoor gebeurt er vaak niets.

Subsidies komen terecht bij wie al kan

De rijkste veertig procent van de huishoudens bezit ruim de helft van alle zonnepanelen en van alle warmtepompen. Van de huiseigenaren heeft bijna de helft panelen, van de particuliere huurders ongeveer een achtste.

Vaste kosten stijgen, besparen helpt minder

Een steeds groter deel van de rekening bestaat uit vaste leverings- en netkosten. Wie weinig verbruikt omdat hij de kachel uit laat, merkt daar weinig van terug. Zuinig leven wordt zo minder lonend.

De weg naar de regelingen is lang

Toeslagen, noodfondsen, subsidies en gemeentelijke potjes bestaan wel, maar ze vragen formulieren, DigiD, bewijsstukken en geduld. Wie het het hardst nodig heeft, haakt het eerst af.

Taal, vertrouwen en schaamte

Over geldzorgen praat je niet makkelijk. En een folder in moeilijk Nederlands over een warmtepomp helpt niemand. Zonder iemand die langskomt en de tijd neemt, blijft hulp op papier staan.

Niet alleen de laagste inkomens

Ook de middenklasse loopt vast

Dit wordt vaak gezien als een probleem van de allerlaagste inkomens. Dat klopt niet helemaal. Een deel van de mensen die bij ons aan tafel zitten heeft gewoon werk, soms twee banen, en komt toch niet rond in de winter.

Voor middeninkomens stapelen drie dingen zich op. Ze verdienen te veel voor toeslagen, bijzondere bijstand en de meeste gemeentelijke regelingen. Ze verdienen te weinig om tienduizend euro isolatie voor te schieten of een lening aan te gaan. En als ze huren, zijn ze voor grote stappen zoals isolatie of nieuwe ramen afhankelijk van de verhuurder.

Uit onderzoek van de ANWB blijkt dat juist middeninkomens graag willen verduurzamen. Bijna drie op de tien overwegen isolatie binnen tien jaar, een kwart overweegt zonnepanelen. Wat hen tegenhoudt is niet onwil maar onzekerheid, over de kosten, over de terugverdientijd en over wat de overheid volgend jaar weer verandert.

Die onzekerheid wordt groter. Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling voor zonnepanelen. Wie net heeft geïnvesteerd, ziet de rekensom veranderen. En wie nog twijfelde, stelt het weer uit.

Daar komt bij dat het niet alleen aan inkomen hangt. Een ouder iemand die de hele dag thuis is, een gezin met kleine kinderen, iemand die vanuit huis werkt, een alleenstaande ouder met een groot oud huis, een zzp’er met een wisselend inkomen. Allemaal mensen die niet in een hokje passen en toch de kou voelen.

Wat wij eraan doen

In Laak, elke week opnieuw

Wij lossen de landelijke ongelijkheid niet op. Wat we wel doen is ervoor zorgen dat in deze wijk niemand in de kou blijft zitten omdat hij de weg niet weet.

1

Wij komen naar u toe

Een energiecoach uit de buurt komt bij u thuis, kijkt mee en legt uit in gewone taal. Geen wachtlijst, geen verkooppraatje, geen kosten.

2

Wij maken huizen warmer

Team Winterklaar naait en hangt isolerende gordijnen, brengt radiatorfolie en tochtstrips aan. Dat werkt ook in een huurhuis, want deze maatregelen mag u zelf nemen.

3

Wij helpen bij het papierwerk

Toeslagen, het Noodfonds Energie, bijzondere bijstand of een regeling van de gemeente. Woont u in een appartement, dan wijzen we u op de vve-balie van de gemeente, waar uw VvE gratis advies en een energiescan kan krijgen. Wij kijken mee en verwijzen door naar wie er echt over gaat.

4

Wij laten de wijk horen

Wat wij aan de keukentafel tegenkomen brengen we naar de gemeente, de hogeschool, fondsen en het Haags Klimaatberaad. Beleid dat niet werkt in Laak, werkt nergens.

Verantwoording

Bronnen

De cijfers op deze pagina komen uit de volgende publicaties. Geraadpleegd in oktober 2026.

Zit u er zelf mee

U hoeft het niet alleen uit te zoeken

Of u nu huurt of een eigen huis heeft, veel of weinig verdient. Als de rekening u boven het hoofd groeit of uw huis koud blijft, kijken we graag met u mee.